Interview

Hans van Tricht

In al die jaren heb ik veel mensen uit de lokale sportwereld mogen ontmoeten: sporters, trainers en bestuurders. Hoe mooi was het om twee hobby’s te combineren!

Mijn hobby’s zijn reizen, kamperen en sport. En vanaf 1993 stond de Lokale Omroep Spakenburg op dit lijstje. Bij de LOS begon ik op de radio met een kinderprogramma (KLOS).  Maar jarenlang was ik toch vooral actief bij LOS-tv met een wekelijks sportprogramma. In al die jaren heb ik veel mensen uit de lokale sportwereld mogen ontmoeten: sporters, trainers en bestuurders. Hoe mooi was het om twee hobby’s te combineren!

Als kind was ik na schooltijd, als het even kon, te vinden op straat. Jassen op een hoopje als doelpalen, en voetballen maar. Op de straat, op pleintjes, of op het gras, als we maar konden ballen met elkaar.

Het moest er dan ook wel van komen dat ik ‘op voetbal ging’. Dat werd het Harderwijkse VVOG. Type luie technische middenvelder met redelijke conditie, niveautje recreatieteams. U begrijpt, een groot voetballer is er aan mij niet verloren gegaan. Op mijn 23e verruilde ik van club en ging bij Eemdijk voetballen. Wat bleef waren de kleuren: groen shirt, witte broek. Bij Diek werd ik overgehaald om in het jeugdbestuur te komen. Ook trainde ik een paar jaar de jeugd. “Je bent toch meester, we zoeken nog iemand op woensdagmiddag, dan ben je toch vrij”, tja, zo ging dat. Op mijn 30e moest ik stoppen vanwege teveel enkelblessures.

Op de Pedagogische Academie had ik twee specialisatievakken, geschiedenis en gymnastiek. De meeste sporten waar een bal bij komt kijken heb ik beoefend. Alles wat op sportgebied voorbij komt in de media volg ik met belangstelling.

Mijn naam is Hans van Tricht, 60 jaar jong, getrouwd met Jannie, vader van Anne en Merel en opa van Roos en Mees.

Ik ben directeur-bestuurder van VCO Bunschoten, een schoolvereniging met zes christelijke basisscholen in ons dorp. Afgelopen zomer was ik 40 jaar in dienst van het onderwijs. Al die jaren sleet ik hier in Spakenburg.

Binnen het Sportplatform kennen we enkele speerpunten. Elk van de zes bestuursleden heeft een thema geadopteerd. Bij mij is dit ‘inclusief sporten en bewegen’.

Vanwege mijn werk ben ik enkele jaren geleden in aanraking gekomen met ‘inclusief onderwijs’. De kern is dat kinderen zo lang mogelijk bij elkaar blijven. Nu gaan bv. in Bunschoten elke dag tientallen kinderen naar SBO- en SO-scholen in de regio. Inclusief onderwijs is erop gericht om kinderen (met name uit het Speciaal Basis Onderwijs) op te vangen in het regulier onderwijs. Dat kan uiteraard niet zomaar. Er moet simpelweg een zak met geld bij komen. Maar de belangrijkste voorwaarde is de overtuiging dat elk kind er bij hoort. Persoonlijk denk ik in dit verband aan de Bijbeltekst ‘Laat de kinderen tot Mij komen’, gevolgd door ‘verhinder ze niet’.

In de landelijke politiek zie je de inclusieve gedachte steeds meer post vatten. Ook binnen de beleidskaders van ons dorp komt de term ‘naar een inclusiever Bunschoten’ steeds vaker voor. Een gedachte waar ik inmiddels mijn missie van heb gemaakt. Ik heb namelijk gezien dat het werkt. In het najaar van 2019 heb ik met een aantal collega’s een studiereis gemaakt naar Canada. Ik bezocht scholen waar kinderen met autisme, in rolstoelen en met allerhande syndromen en beperkingen opgaan in reguliere klassen. Kinderen die Nederlandse scholen normaal gesproken gauw aan de kant zetten, zie je daar in de klas zitten. De ‘special needs’ krijgen extra geld voor ondersteuning en begeleiding, zonder dat dit extra werk geeft voor de groepsleerkracht.

Al enkele jaren speelt bij mij de drive om inclusie door te vertalen in onze maatschappij. Vorig jaar kwam het Sportplatform op mijn pad. Ik haakte halverwege het verkennende traject aan en trof een gemotiveerd stel mensen. Met elkaar zetten we de schouders onder het platform.

Dat bewegen van belang is ondervind je pas als je het mist. Zoals nu veel mensen in deze covid-tijd verlangend uitkijken naar hun sportmomenten  in de zaal of op het veld. En dan heb ik het niet over de zgn. coronakilo’s, maar over de beleving (van sport genieten) en de sociale contacten. En uiteraard over je conditie, waarvoor geldt ‘het komt te voet en gaat te paard’.

Als een sporter door een blessure langere tijd niet kan sporten, ervaar je wat je mist. Wat gewoon was, is ineens ver weg. Zelf ondervind ik het gemis van ‘gewoon bewegen’ met een linkervoet die niet optimaal functioneert. Hopelijk biedt de orthopedie uitkomst. Ik mis het wandelen en mijn potjes tennis. Dan pas merk je hoe belangrijk het is om te kunnen sporten en bewegen. Dit raakt direct inclusieve aspecten als: erbij horen, geaccepteerd worden, niet uitgesloten zijn, eigen beweegkeuzes maken.

In het Sportplatform zullen we vraag en aanbod van kwetsbare doelgroepen in kaart brengen. In eerste instantie zal er bij de al lopende initiatieven aangesloten worden. Als blijkt dat een bepaalde doelgroep geen passend aanbod heeft, kunnen wij zoeken naar noodzakelijke interventies. We hebben immers budget gekregen om dit in gang te zetten. Daarnaast willen wij in samenwerking met de verschillende zorginstellingen, onderwijs en bedrijfsleven een integrale campagne voeren om inactieve inwoners actiever te maken.

Voor zoveel mogelijk mensen in ons dorp stimuleren we om te sporten en te bewegen. Een actief lijf zorgt voor een actieve geest. Om evenwicht te houden moet je in beweging blijven.

Sportplatform Bunschoten

DOE MEE

DOE MEE